levenslang

ik tastte
naar mijn vroegste thuis
trof een vloer vol negatieven

en jouw vleugels
aan de wand
te drogen

nu vrees ik het toerental
van de schrammen
die zich voegen

ik pel je hartslag van de muren
bedek je ogen met een kleed
ik wit je stem

terwijl ik weet
dat dit huis ons altijd
zal onthouden

 

Om te delen

de nacht kent vele zalen

Uitgelicht

maar angst
is een uitnodiging
voor achterkamers

waar het spel
allang begonnen
en het brozer worden
in veranderd licht

de regels heb ik nooit begrepen

zelfs hier
bij het schudden van
de opgetrokken harten en
het delen van beslotenheid
spreekt niemand over
hoe het is

gekooid te zijn

en het laaien
van onvermogen
lokale tijd

Om te delen

hoe alles schuift

ik voel de jaren die niet passen en het slippen van
de grond en de meeuwen – die niet langer
voor me spreken – werden uit de lucht gegrepen
kunnen amper hun regen nog bedwingen

de rode kunststof sterren kauwen op mijn vragen
niet wetend waarheen laat staan waarom ze zijn
te luid voor het horen tikken van de stilte
zo is het altijd geweest

dit donker moet verzonnen zijn

het is niet zo lang geleden dat ik een storm opstak
nu lig ik voor het rapen weet dat mensen werkelijk
kunnen breken de waanzin is in iedereen en tegen
de binnenkant van een oorlog is niets bestand

nog even en ik hervat mijn vallen
en de onnoemelijke behoefte aan het bijeenroepen
van een winter het stillen van een landschap
en het afscheid van ons gelijk

hier leg ik mijn wijzers af en vlecht me in op de
hartslag van grijsgeworden bomen luid geluidloos
luister – want als er niet meer wordt gesproken
dan zeg ik je het meest

 

Om te delen

fade-out

(Voor Arthur Jaspers)

aan de schemerende gracht
hapert een man
gewikkeld in vroeger

en niemand streelt hem door zijn haren

hij wiegt
zijn verliezende lijf
op de maat van passanten – breekt

de laatste dagen van dit zo besloten feest
waarop iedereen te vroeg ging slapen

en sinds de kruisen binnenstromen
verkruimelt hij – de laatste bomen

barst
nooit meer
in bloemen uit

 

Om te delen

Forgetfulness

Julian Grey maakte deze bijzondere animatie op het gedicht ‘Forgetfulness’ van Billy Collins.

Forgetfulness

The name of the author is the first to go
followed obediently by the title, the plot,
the heartbreaking conclusion, the entire novel
which suddenly becomes one you have never read,
never even heard of,

as if, one by one, the memories you used to harbor
decided to retire to the southern hemisphere of the brain,
to a little fishing village where there are no phones.

Long ago you kissed the names of the nine Muses goodbye
and watched the quadratic equation pack its bag,
and even now as you memorize the order of the planets,

something else is slipping away, a state flower perhaps,
the address of an uncle, the capital of Paraguay.

Whatever it is you are struggling to remember,
it is not poised on the tip of your tongue,
not even lurking in some obscure corner of your spleen.

It has floated away down a dark mythological river
whose name begins with an L as far as you can recall,
well on your own way to oblivion where you will join those
who have even forgotten how to swim and how to ride a bicycle.

No wonder you rise in the middle of the night
to look up the date of a famous battle in a book on war.
No wonder the moon in the window seems to have drifted
out of a love poem that you used to know by heart.

Billy Collins

Om te delen

avond

zie de avond
balt zijn vuisten

jij vecht
en ik vang
het ruisen van engelen
die door dit maaiveld

lopen we moeten blijven lopen

laat een spoor van bomen na
tegen het dunner worden van de lucht
kan ik niet helpen – schiet ik oeverloos tekort

zie de avond
stolt zijn duister

jij vocht
en ik ving
het lekken van jouw
mergpapieren gezicht

laat me je stelpen

ik draag je naam en leg je neer
in dit slapeloos gedicht
met de herinnering

aan ruimte

maar te licht
voor de zalvende woorden
van een dwalende god

Ingrid Lacet wist op een bijzonder mooie manier mijn gedicht ‘avond’ te treffen, in beeld te vangen, en weer vrij te laten.
www.ingridlacet.com

Om te delen

The man with the beautiful eyes

Een korte film van Jonathan Hodgson naar Charles Bukowski’s gedicht ‘The man with the beautiful eyes’.

The Man With The Beautiful Eyes

When we were kids
there was a strange house
all the shades were
always
drawn
and we never heard voices
in there
and the yard was full of
bamboo
and we liked to play in
the bamboo
pretend we were
Tarzan
(although there was no
Jane)
and there was a
fish pond
a large one
full of the
fattest goldfish
you ever saw
and they were
tame.
They came to the
surface of the water
and took pieces of
bread
from our hands.

Our parents had
told us:
” never go near that
house”
so, of course,
we went.

We wondered if anybody
lived there.
Weeks went by and we
never saw
anybody.

Then one day
we heard
a voice
from the house
” YOU GOD DAMNED
WHORE!”

It was a man’s
voice.
Then the screen
door
of the house was
flung open
and the man
walked out.

He was holding a
fifth of whiskey
in his right
hand.
He was about
30.
He had a cigar
in his
mouth,
needed a
shave.
His hair was
wild and
uncombed
and he was
barefoot.
In undershirt
and pants
but his eyes
were
bright
they BLAZED
with brightness
and he said,
“hey, little
gentleman,
having a good
time, I
hope?”

Then he gave a
little laugh
and walked
back into the
house.

We left,
went back to my
parents’ yard
and thought
about it.

Our parents,
we decided
had wanted us
to stay away
from there
because they
never wanted us
to see a man
like
that,
a strong natural
man
with
beautiful
eyes.

Our parents
were ashamed
that they were
not
like that
man,
thats why they
wanted us to stay
away.

But
we went back
to that house
and the bamboo
and the tame
goldfish.
We went back
many times
for many
weeks
but we never
saw
or heard
the man
again.

The shades were
down
as always
and it was
quiet.

Then one day
as we came back from
school
we saw the
house.

It had burned
down,
there was nothing
left,
just a smoldering
twisted black
foundation
and we went to
the fish pond
and there was
no water
in it
and the fat
orange goldfish
were dead
there,
drying out.

We went back to
my parents’ yard
and talked about
it
and decided that
our parents had
burned their
house down,
had killed
them
had killed the
goldfish
because it was
all too
beautiful,
even the bamboo
forest had
burned.

They had been
afraid of
the man with the
beautiful
eyes.

And
we were afraid
then
that
all throughout our lives
things like that
would happen,
that nobody
wanted
anybody
to be
strong and
beautiful
like that,
that
others would never
allow it,
and that
many people
would have to
die.

Charles Bukowski

Om te delen

Just as, after a point, Job cried out

Het post-apocalyptische gedicht ‘Just as, after a point, Job cried out’ van K.A. Hays werd door Emma Burghardt voorzien van een prachtige animatie.

JUST AS, AFTER A POINT, JOB CRIED OUT

The soil froze, cursing the weather. It turned a stoic face
to winter’s switchblade and brass knuckles

so that when the warm rain came, the soil said, Go on,
there’s no room for you now. Let the backyards

pool up, and the river pitch to the bridges, dragging
the bridges down. Now the billboards will become great

silent rafts so anyone can climb on them and look out,
saying, I would have done the same.

When the water covered the tree trunks and crept up,
the ground shrugged. See, it said. Now,

weather, do you understand? Soon,
there will be no resting place.

K.A. Hays

Om te delen